Rotterdam Toen

Rotterdam Toen - Koedood

Gepost in Rotterdam Toen.

Geschiedenis Koedood

 
Het eiland IJsselmonde werd vroeger gesplitst door een brede rivier: de Koedood. Deze stroomde van de Oude Maas nabij het dorp Carnisse noordwaarts naar de Nieuwe Maas. Vermoedelijk is de Koedood ontstaan bij de grote overstroming van 1373. De langs beide oevers gelegen landen werden in de loop der tijd bedijkt en in cultuur gebracht. Het onderhoud van de dijken bracht hoge kosten met zich mee en om deze zoveel mogelijk te drukken werd er in 1580 besloten de Koedood af te dammen. 0kdrkrta

Molens

 

Ooit stonden er twee molens langs de Koedood op de grens van de polders Pendrecht en het Buitenland van Rhoon, uitwaterend op de Koedood.

De "Rhoonse" molen had een soort tweeling aan de andere kant van de Koedood, namelijk de Pendrechtse molen. De laatste is uit 1731 en in de loop der jaren bewaard gebleven maar niet meer op de oude locatie. De molen is in 1993 vanwege alle infrastructurele en windrechten aanpassingen in zijn geheel op transport gezet en verplaatst naar de zuidrand van Rotterdam waar hij in het Zuiderrandpark - Clarabos staat te pronken.  Wil je de Pendrechtse Molen eens bezoeken kijk dan op GC2M56D

Het "vestigingsadres" destijds van de "Rhoonse" molen in Het Buitenland,was bekend als Nieuweweg 21. Hier werd in 1709 een watermolen gebouwd waarvan de eerste steen werd gelegd door Claas Kooreneef, oud 7 jaar en 3 maanden.

molens

Gemalen

 

In 1910 werd de molen gesloopt en werd een stoomgemaal gesticht. Het stoomgemaal werd gebouwd nabij de Heydsche sluis. De stichtings- en exploitatiekosten van het stoomgemaal, alsmede al de daartoe nodige water-staatswerken werden voor een kwart gedragen door het Binnenland van Barendrecht en het resterende deel door de overige polders. in 1871 kwam het gemaal gereed en kreeg toen de naam "Jan Barendregt Czn".

Ten behoeve van de voortgang van de havenaanleg aan de Vondelingenplaat werd er uiteindelijk gekozen voor wederom een ingrijpend plan: De Koedood zou worden afgedamd en het boezemgemaal aan de Hey moest worden verplaatst. op 1 mei 1934 werd het nieuwe Koedoodgemaal in bedrijf genomen.

Ofschoon de verplaatsing van het gemaal een duurzame oplossing heette te zijn en deze ook voordelen zou hebben ten aanzien van havenuitbreidingen in de toekomst, bleek al vrij snel dat deze gedachte achterhaald zou worden. In de eerste oorlogsdagen is op het vliegveld Waalhaven een harde strijd gestreden, waardoor het ten zuiden van de Waalhaven gelegen vliegveld werd verwoest. Na de oorlog vond er geen herstel van het vliegveld op hetzelfde terrein plaats, waardoor deze ruimte vrij kwam voor industrieterreinen.

koedood gemaalzichtopkoedood vanuit noord

 

Na de oorlog

 

In nauwe samenwerking met de Cultuurtechnische Dienst en de Nederlandse Heidemaatschappij werd het zogenaamde Koedoodplan in de jaren '50 ontwikkeld en uitgevoerd. Het Koedoodgemaal werd verplaatst, ditmaal naar de Carnisse haven. Het nieuwe gemaal van het waterschap zou tevens in staat zijn de polder Binnenland en Ziedewij te bemalen. Verder werd het nu voor de polders het Binnen- en Buitenland van Rhoon mogelijk hun overtollig water op natuurlijke wijze op de Koedood te lozen. Het overtollige water werd via een persleiding op de Carnissehaven uitgeslagen. Het nieuwe gemaal werd vernoemd naar Breeman, de ontwerper van het Koedoodplan. het gemaal Breeman werd in 1970-1972 verzwaard en aangepast, daar als gevolg van de uitvoering van de Deltawerken de waterstand in de Oude Maas werd verhoogd. Door de wijzigingen aan het gemaal en het watergangenstelsel kon in 1972 ook de polders het Buitenland van Barendrecht en de Zuidpolder door het gemaal Breeman worden bemalen.

Binnen het huidige waterschap IJsselmonde, waarvan waterschap De Koedood sedert 1974 deel uitmaakt, vormt het door het gemaal Breeman bemaalde district De Koedood met 3416 ha het grootste bemalingsgebied.

10c De Heij Heijschesluis het stoomgemaal aan de Koedood

qr youtube

Vragen

 
A Wanneer vond er in dit gebied de grote overstroming plaats?
B Wanneer werd de Koedood afgedamd?
C In welk jaar werd er voor het eerst geschreven over molens op de Koedood?
D Wanneer werd de stenen molen gebouwd?
E Wanneer werd dezelfde molen weer gesloopt?
F Welk nummer heeft bovenstaande molen in de Molendatabase?
G Wanneer werd het gemaal aan de Koedood gesloopt

De cache ligt niet op bovenstaande locatie maar vind je door bovenstaande vragen toe te passen in onderstaande formule 

Rotterdam toen mar ine

 

Cachelocatie

N 51 51.UVW - E 004 27.XYZ
U = C+E
V = F+G
W = A+E+F
     
X = A-B
Y = C-A-G
Z = D

GC37E6C - Vliegveld Waalhaven

Gepost in Rotterdam Toen.

Rotterdam Toen - Vliegveld Waalhaven

Rotterdam Toen

Deze cache gaat over het Rotterdamse Vliegveld Waalhaven was het eerste Nederlandse en Europese vliegveld voor de burgerluchtvaart, welke op 26 juli 1920 werd geopend. De cache ligt niet op bovenstaand coord, maar is te vinden door de info over Vliegveld Waalhaven te gebruiken.

Nederlandse Luchtvaartgeschiedenis

van berkel watervliegtuigGedurende de Eerste Wereldoorlog concentreerden de luchtvaartactiviteiten in Nederland zich te Soesterberg en te Amsterdam, waar in de Automobielfabriek 'Trompenburg' onder leiding van Henri Wijnmalen een vliegtuigfabriek werd gevestigd. Na de oorlog kreeg de Rotterdamse fabriek Van Berkel's Patent de opdracht om een serie watervliegtuigen te bouwen voor de Koninklijke Marine. Deze serie werd in 1919 gevolgd door een bestelling voor een ander type, eveneens een watervliegtuig voor de Koninklijke Marine. Deze fabriek bouwde in totaal 42 vliegtuigen, was gevestigd aan de Keileweg 9 en werd in 1921 gesloten.

KLM

BORDInmiddels waren in Nederland vele kleine luchtvaartmaatschappijen opgericht, die zich voornamelijk bezig hielden met rondvluchten. In 1919 werd te Amsterdam de ELTA, de Eerste Luchtverkeer Tentoonstelling Amsterdam, georganiseerd door de luitenant-vliegers A. Plesman en M.L.J. Hofstee. Deze tentoonstelling oogstte veel succes, 500.000 bezoekers en 4000 passagiers voor rondvluchten. Gestimuleerd door deze tentoonstelling besloten een aantal industrieën en bedrijven tot de oprichting van een luchtvaartmaatschappij, die op 7 oktober 1919 te 's-Gravenhage plaats vond. Deze maatschappij, die reeds in september als bijzonder blijk van vertrouwen van Koningin Wilhelmina het predicaat 'Koninklijk' zou mogen voeren, werd ingeschreven onder de naam 'Koninklijke Luchtvaart Maatschappij voor Nederland en Koloniën N.V.' Met de dagelijkse leiding werd belast de luitenant-vlieger Albert Plesman. De K.L.M, besloot aanvankelijk als 'home-base' gebruik te maken van een gedeelte van het landgoed Maaldrift te Wassenaar. Dat was het eigendom van de heer Kröller, lid van de Raad van Bestuur van de K.L.M. Spoedig bleek, dat dit terrein werd omringd door te veel obstakels en tenslotte verleende de Minister van Oorlog toestemming, om gebruik te maken van het Vliegkamp Schiphol. Daar opende de K.L.M, haar eerste luchtdienst, Amsterdam-Londen, thans de oudste luchtdienst van de wereld, op 17 mei 1920.

Vliegen in Rotterdam

BORD

Intussen was ook in Rotterdam interesse getoond in de luchtvaart. Op 5 mei 1919 stelde de firma Vervloet & Co aan het Gemeentebestuur voor om een vliegveld aan te leggen ten behoeve van een te openen luchtvrachtdienst tussen Rotterdam en Londen. In juni stelde de heer A.C. Burgdorffer, directeur Openbare Werken van de Gemeente Rotterdam, een rapport op, waarin hij er o.a. op wees, dat een terrein van 84 ha, gelegen ten zuiden van de Waalhaven, geschikt zou kunnen zijn voor een aan te leggen vliegveld. Het terrein was in 1914 tijdens de aanleg van de haven opgespoten en verhuurd voor landbouwdoeleinden. Een voordeel was bovendien, dat dit terrein tevens kon dienen als afhandelingsterrein voor watervliegtuigen.

In augustus bezocht Burgemeester Zimmerman met zijn dochter de ELTA, vermoedelijk ter oriëntatie, maar ook voor genoegen, beiden namen deel aan een rondvlucht. Op 9 oktober 1919(twee dagen na de oprichting van de K.L.M.) stelde het Rotterdamse Gemeentebestuur aan de Gemeenteraad voor, een terrein bij de Waalhaven te bestemmen tot en in te richten als vliegveld 'opdat de handelsstad Rotterdam van den beginne af gereed zou zijn om in het komend luchtverkeer haar plaats in te nemen'. De kosten werden geraamd op f 1,5 miljoen. Op 4 december 1919 ging de Gemeenteraad accoord en stelde voorlopig f450.000,- beschikbaar voor het egaliseren etc. van het terrein.

De heer Burgdorffer bezocht behalve Soesterberg ook de vliegvelden bij Londen en Parijs. Terwijl in die tijd de vliegvelden meestal ten behoeve van de militaire luchtvaart waren ingericht, kreeg hij nu de gelegenheid om het nieuwe vliegveld voor Rotterdam met betrekking tot de gebouwen geheel in te richten voor de burgerluchtvaart. Ir. B. Stephan, Chef Technische Dienst van de Luchtvaartafdeling te Soesterberg, verklaarde zich bereid te adviseren inzake de eisen voor de vliegtuigen. Op 28 augustus 1919 ging de Gemeenteraad accoord met de beschikbaarstelling van f863.000,- voor het bouwen en inrichten van de benodigde stationsgebouwen en hangars etc.

De eerste vlucht

 20 juli 1920, het eerste vliegtuig op Waalhaven, een Engelse De Havilland DH-9, foto KLMMen had bij de K.L.M, ook niet stilgezeten. De lijn Amsterdam-Londen was, zoals reeds gezegd, op 17 mei 1920 geopend. De frequentie was drie maal per week, maar werd al spoedig verdubbeld en bovendien sloot de P.T.T. met de K.L.M, een contract voor het vervoer van post. In dat contract was evenwel ook nadrukkelijk Rotterdam opgenomen en zo kwam het, dat op 26 juli 1920 het eerste K.L.M.-vliegtuig van Schiphol naar het toekomstige vliegveld Waalhaven vertrok. Het werd om 11.40 uur verwacht en tijdig waren per boot o.a. de Burgemeester, wethouder mr. A. de Jong, de heer E.P. de Monchy, voorzitter van de Kamer van Koophandel, de postautoriteiten, de douane en een brievenbesteller met postzak aanwezig. Omdat het vliegtuig er om 1 uur nog niet was, stuurde de Commissaris van Politie Alberda een motoragent naar een café (op het terrein waren nog geen gebouwen of telefoon) om telefonisch te informeren waar het vliegtuig bleef. Daarvan werd men blijkbaar ook niet wijzer en de Burgemeester en overige genodigden, overigens ook gedwongen door enkele regenbuien op het open veld, vertrokken.

Om 13.35 uur landde tenslotte de piloot Helliwell met de eveneens door de K.L.M, gehuurde De Havilland D.H. 9 GEATA, vergezeld van één passagier, op het terrein. Hij was vertraagd door het bijzonder slechte weer en de zware tegenwind. Vijf minuten later vertrok hij weer met zijn passagier en met twee zakken post uit Amsterdam en Rotterdam naar het toen in gebruik zijnde Londense vliegveld Croydon. De passagetarieven van Rotterdam naar Londen en Amsterdam waren toen respectievelijk f 150,- en f40,- enkele reis. Retourbiljetten waren er dat jaar nog niet. Vermoedelijk omdat het, volgens insiders, onmogelijk was te verwachten, dat iemand na één zo'n reis in de open kajuit van het kleine schommelende vliegtuig bereid zou zijn, dat nog eens te ondergaan.

Bouw Vliegveld

K.L.M. De bakkerswagen van Van Gelder bij een Fokker F.3 van de KLM voor hangaar A. Op Waalhaven begonnen intussen de werkzaamheden voor de bouw van de stationsgebouwen. De K.L.M-diensten werden in verband met de komende winter gesloten. Op 14 april 1921 heropende de K.L.M, de luchtdiensten, nu met Nederlandse vliegtuigen (Fokker F.III) en ten dele met Nederlandse vliegers. Zes maal per week vlogen ze Amsterdam-Rotterdam-Londen en Rotterdam-Amsterdam-Bremen-Hamburg. Op 2 mei kwam daar nog bij een dienst naar Brussel van de Belgische Société Nationale pour 1'Etude des Transports Aériens SNETA, aansluitend op de dienst Brussel-Parijs van de Franse Compagnie des Messageries Aériennes CMA.

Op 17 mei opende voorts de Franse Société Générale des Transports Aériens Lignes Farman een dienst Parijs-Brussel-Rotterdam- Amsterdam. Op 19 november werden de diensten in verband met de naderende winter gesloten. In totaal werden dit jaar op het in aanbouw zijnde vliegveld Waalhaven 362 vluchten van/naar Londen, 278 van/naar Hamburg en 555 van/naar Brussel en Parijs uitgevoerd. Voorts zorgde de dit jaar ingestelde Fototechnische Dienst van de K.L.M, voor locale foto vluchten, o.a. voor het maken van foto's van het pas gereedgekomen Rotterdamse Stadhuis aan de Coolsingel.

ICAR

Op 18 maart 1922 werd op Waalhaven het eerste gebouw, het hotel-café-restaurant, officieel geopend door de heer Burgdorffer en ter exploitatie overgedragen aan de K.L.M. Op 2 september 1922 werd het Vliegveld Waalhaven officieel geopend door de Burgemeester van Rotterdam. De opening was extra feestelijk door een vliegfeest, het Internationaal Concours d'Aviatique Rotterdam ICAR, georganiseerd door de Koninklijke Nederlandsche Vereeniging voor Luchtvaart. Dit vliegfeest duurde tot 17 september en trok 50.000 bezoekers, van wie er 1679 deelnamen aan een rondvlucht.Vliegveld Waalhaven september 1922  Het tijdelijke ICAR-gebouw bij de vuurtoren aan de noordelijke rand van het vliegveld

Het vliegveld

indeling vliegveldRotterdam-Waalhaven was daarmee het eerste Gemeentelijke Vliegveld van Nederland en tevens het best ingerichte vliegveld van ons land, zeer vermoedelijk zelfs van Europa. De K.L.M, had dan ook besloten Waalhaven aan te wijzen als haar 'home-base', op 31 maart reeds was de Technische Dienst van de K.L.M, verplaatst van Schiphol naar Waalhaven. Op 18 april waren de diensten naar Londen hervat. Op 1 juni opende de K.L.M, ten gevolge van de liquidatie van de SNETA een eigen dienst naar Brussel en nam van de SNETA tevens over de vlieger Iwan W. Smirnoff.

Het vliegveld Waalhaven was begroeid met gras, de afmetingen waren in n.-z. richting 750 m, in o.-w. richting 850 m. In de noordoosthoek waren de gebouwen geconcentreerd. Deze waren ontworpen door de Rotterdamse Gemeentearchitect ir. L.W.H, van Dijk. Bij de ingang was rechts de portiersloge en links een gebouw voor de radiotelegrafie- en telefonie-installatie en de dienstwoning voor de Chef Technische Dienst van de K.L.M.

Rechts van de ingang was een gebouw voor de directie, administratie en de weerberichtendienst en voorts een garage met daarachter een magazijn. Links van de ingang stond het hotel-café-restaurant en daarachter het gebouw voor de douane en de vracht. Achter het restaurant verrees een 20 m hoge vuurtoren die met wit licht de letter W in Morse-seinen, . — —, uitzond. Dit was bij goed zicht over een afstand van 25 km zichtbaar.

Voorts was daar de grote hangar A, 32 m breed, 38 m diep en 11 m hoog. Een tweede hangar was nog in aanbouw, deze zou 25 m breed 350 worden en de deuropening zou 6 m hoog worden. De Technische Dienst van de K.L.M, betrok de hangar, die behalve als onderdak voor de vliegtuigen tevens fungeerde als werkplaats. In 1922 waren er 15 vliegtuigen en 27 motoren in onderhoud.

De Gemeente Rotterdam had tevens een eigen krachtig radiostation ingericht, dat meteen diende als centraal radiostation voor Nederland en dat telefonisch in contact stond met Schiphol. Waalhaven verzorgde telegrafisch het contact met o.a. Londen en Parijs en wel op golflengte 1400 m voor vliegtuigberichten en op 1680 m voor weerberichten. Waalhaven werd daarmee het eerste burgerradiostation van Nederland. In 1923 werd het radiostation overgenomen door het Ministerie van Waterstaat (Bureau Luchtvaart, tegenwoordig Rijksluchtvaartdienst geheten) en aangewezen als Hoofdstation voor de Burgerluchtvaart.

Een witgekalkte cirkel in het midden van het terrein toonde aan dat het een vliegveld was en een z.g. landings-T, die altijd tegen de wind in draaide gaf de richting aan, waarin moest worden geland. Bestuur en exploitatie berustten bij de Gemeente Rotterdam, de operationele taak was opgedragen aan de Stationschef van de K.L.M., die evenals gebruikelijk was op Schiphol, tevens fungeerde als havenmeester. De eerste Stationschef/Havenmeester van Waalhaven was de heer F.C. de Veer.

Ontwikkeling lijndiensten

1923 - Zo rolde de Carley-baby Waalhaven binnen, rechts is hangaar A te zien.In 1923 trok de K.L.M, de lijn naar Brussel door tot Parijs, terwijl de Engelse maatschappij Daimler Hire Ltd. een lijn Londen-Rotterdam-Berlijn opende. In dit jaar werd ook voor het eerst een nieuw vliegtuig op Waalhaven ingevlogen. Het was de Carley C l 2 , gebouwd bij de Vliegtuig Industrie Holland te Den Haag en over de weg naar Waalhaven gebracht. Het één-persoons vliegtuig had een 20 pk motor, de vleugellengte was 7,50 m, het woog 225 kg en kon 140 km/u vliegen.

In 1924 werd de fabriek overgenomen door de heer H. Pander Sr., die zijn eerste product, de Pander D, eveneens op Waalhaven liet invliegen. De K.L.M, maakte op Waalhaven de Fokker F.VII H-NACC gereed voor de eerste vlucht Amsterdam-Jakarta, die in dat jaar onder gezagvoerder Van der Hoop in 55 reis- en 25 vliegdagen werd volbracht.1925 Sleutelen aan de motor van een PANDER D op Waalhaven.

Op Waalhaven werd een radio-telefonie communicatie met vliegtuigen in gebruik genomen, zodat o.a. de weersveranderingen aan de vliegers konden worden doorgegeven. Voordien moesten zij het onderweg te weten komen met z.g. meteoborden, die bij Vlissingen, Calais en Lympne werden neergelegd en middels tekens aangaven of het regende of dat er storm te verwachten was. Een andere belangrijke verbetering in 1924 was de in gebruik stelling van een radiopeilinstallatie, waarmee in samenwerking met Croydon en Brussel de z.g. driehoekspeilingen mogelijk werden. Hiermee kon de positie van een vliegtuig in 2-3 minuten vrij nauwkeurig worden bepaald.

 In de eerste jaren van het Vliegveld Waalhaven was er een lucht lijn Brussel-Rotterdam en later ook naar Amsterdam. Vanaf Brussel ging men naar Basel. Er werd gevlogen met Handley-Page vliegtuigen. België had toen als nationaliteits­letter een enkele 0.In 1924 werd de lijn van Daimler Hire via Rotterdam naar Berlijn verlegd via Schiphol. De Belgische Sabena echter opende een dienst van Rotterdam via Brussel en Straatsburg naar Bazel. Laatstgenoemde luchtdienst bracht de reistijd Rotterdam-Bazel van 17 uur per trein terug tot 6 uur. In 1925 trok de K.L.M, de lijn naar Hamburg door tot Kopenhagen waarmee de reistijd van 24 uur tot 6 uur werd teruggebracht.

Nachtvluchten

1924 - Vliegveld Waalhaven, een delegatie van het ministerie Verkeer en Waterstaat bij één van de nachts- verlichtingslampen. Helemaal rechts de heer Plesman, directeur van de KLM. Minerva KLM auto.

De outillage van Waalhaven werd uitgebreid met voorzieningen voor nachtlandingen. Er kwamen twee mobile acetyleen zuurstoflichten, die op 150-200 m afstand van elkaar tegen de wind in werden opgesteld. Zij zorgden voor verlichte banen waartussen het vliegtuig landde. Voorts werden naast de witte cirkel in het midden van het terrein acht witte, verzonken lampen geplaatst en in het centrum van de cirkel nog één. Ze waren verbonden met een windrichtingaanwijzer, die op het meteogebouw was opgesteld. Deze zorgde voor het oplichten van de juiste vijf lampen waardoor de landingsrichting werd aangegeven. Ook werden grenslichten langs het terrein en hindernislichten op obstakels geplaatst.

Koolhoven

koolhoven

Verder werd op Waalhaven een derde hangar gebouwd ten behoeve van de Nationale Vliegtuig Industrie, die vliegtuigen bouwde in Den Haag. In deze hangar werd de door de heer S.F.W.(Frits) Koolhoven ontworpen F.K.33 samengesteld. Daarmee was op Waalhaven een vliegtuigfabriek gevestigd, die later enkele zeer succesvolle vliegtuigen zou afleveren. In 1926 begon de K.L.M, met aansluitende vluchten op de z.g. mailboten die tussen Amsterdam of Rotterdam en Jakarta voeren. Passagiers en post konden per vliegtuig het traject Rotterdam-Marseille afleggen.

Op 16 mei 1927 opende de Deutsche Lufthansa een dienst Keulen-Duisburg-Rotterdam met drijvervliegtuigen. Deze vliegtuigen meerden af aan enkele boeien, passagiers en bemanning bereikten via een steiger de stationsgebouwen van het vliegveld. Ondanks een subsidie van de Gemeente Rotterdam werd deze dienst op 1 oktober weer gesloten en bleef daarmee tot heden de enige dienst met watervliegtuigen in ons land.

Door het Ministerie van Waterstaat werd in november 1923 bekendgemaakt waar watervliegtuigen kon­den opstijgen of neerstrijken. In het zuidelijk deel van de WaalhavenRotterdamsche Aero Club

Belangrijker voor de ontwikkeling van Waalhaven was in 1926 de Rotterdamsche Aero Club, die in 1927 onder voorzitter Cor Kolff op Waalhaven een clubgebouw betrok en begon met de opleiding van sport- en zakenvliegers. De R. A.C., thans de oudste Aero Club van Nederland en gevestigd op het Vliegveld Zestienhoven, stimuleerde en assisteerde bij de oprichting van vele andere Aero Clubs, o.a. te Den Haag, Delft, Amsterdam, Twente en Eindhoven. De R.A.C. had inmiddels twee Pander E-lesvliegtuigen gekocht, die ze in 1927 met het oog op een te verwachten gespreide opleiding op andere vliegvelden onderbracht in een nieuw opgerichte eigen N.V., de Nationale Luchtvaartschool N.V. De Rotterdamsche Aero Club kan dan ook worden beschouwd als de grondlegger van de huidige sport- en zakenluchtvaart van ons land.

Eerste intercontinentale chartervlucht ter de wereld

Fokker F.VIIa-H-NADP

De K.L.M, verbouwde in 1927 op Waalhaven de één-motorige Fokker F.VIIa-H-NADP voor een retourvlucht naar Jakarta, een chartervlucht in opdracht van de Amerikaanse miljonair Van Lear Black. Het werd de eerste intercontinentale chartervlucht van de wereld.

De Gemeente Rotterdam verving de mobiele landingslichten door acht vaste landingslichten, die rond het terrein werden opgesteld en waarvan er bij een landing drie werden aangestoken, afhankelijk van de windrichting. De negen lichten in het centrum van het terrein werden vervangen door blauwe lampen die gemonteerd werden op een tegen de wind in draaiende landings-T. Deze verlichting was bedacht door ir. Braam van Vloten en werd later ook op Schiphol toegepast.

Lady Heath

lady heathIn 1928 openden de K.L.M, en de Zwitserse Balair de lijn Amsterdam-Rotterdam-Brussel-Bazel-Zürich, dagelijks om en om gevlogen, zes maal per week, omdat er toen nog geen luchtdiensten op zondag gevlogen werden. De Tsjechische C.L.S. opende een dienst Praag-Rotterdam. Een drie-daags vliegfeest, georganiseerd door de R.A.C., droeg er toe bij, dat dit jaar 188.000 betalende bezoekers werden geteld. Eén der Engelse deelnemers aan dit vliegfeest, Lady Heath, trad daarop in tijdelijke dienst van de K.L.M, en werd daarmee de eerste vrouwelijke vliegtuigbestuurder van de K.L.M.

Twee dagen na het vliegfeest botste tijdens de landing na een rondvlucht boven Rotterdam de K.L.M.-vlieger J.J. Schott met de Fokker F.Ill H-NABR tegen de mast van een schip. Eén der passagiers, mevrouw Ten Cate, kwam daarbij om het leven. In het voorjaar van 1928 waren de Eilanden door ijsgang afgesloten van het vasteland. De K.L.M, voerde toen vanaf Waalhaven voor het eerst een extra vlucht uit naar Goeree (Dirksland) voor het vervoer van een maagpatiënt. In latere jaren werden bij voorkomende gevallen behalve patiënten ook gist, meel, kolen, kranten en post vanaf Waalhaven naarde Eilanden gevlogen.

Groei Vracht

Het toenemend vrachtvervoer noopte tot de bouw van een aparte vrachtloods in 1929. De afmetingen van deze loods waren 45 x 27 m. In dit tiende jaar van het Vliegveld Waalhaven waren de voornaamste verkeerscijfers, met die van Schiphol ter vergelijking daarbij, als volgt:

1930 - De PH-AFN, PANDER een anderhalfdekker
XX Schiphol XX Waalhaven
Passagiers 17.881 5.136
vracht in kg 890.058 208.000
vluchten 6.840 3.550

Nieuwe Lijndiensten

In 1930 moest de K.L.M, de dienst naar Zurich staken in verband met de ongunstige vervoersresultaten op die lijn. Daar tegenover werd door de K.L.M, een lijn Rotterdam-Berlijn geopend, die aansloot op de lijn naar Londen. Gedurende twee zomermaanden werd een proemachtpostdienst gevlogen door de Zweedse A.B. Aerotransport, waarbij Waalhaven diende als knooppunt tussen enerzijds Londen en Parijs, anderzijds Scandinavië. Voorts werd op Waalhaven een electrische benzinepomp-installatie in gebruik genomen door de Bataafsche Import Maatschappij, ter vervanging van het gebruik van vaten. De Gemeente Rotterdam breidde het opstelplatform uit. Het jaar 1931 werd gekenmerkt door de opening van de K.L.M.-lijn Rotterdam-Haamstede. In verband met het reistijdverschil (over de grond 6 a 7 uur, door de lucht in 25 minuten) werd deze lijn een groot succes.

Schiphol wint terrein

KLM-Fokker F.9 PH-AFK op het Vliegveld Ook bouwde de K.L.M, een nieuwe motorproefbank, maar was door het toenemend ruimtegebrek op Waalhaven gedwongen het onderhoud van de vliegtuigen voor de Amsterdam-Jakarta route te verplaatsen naar Schiphol.

In 1932 werd Schiphol door de Minister van Waterstaat aangewezen als Hoofdradiostation voor de Burgerluchtvaart. Schiphol, dat vanaf 1920 kwalitatief belangrijk minder was dan Waalhaven, was in 1926 gedeeltelijk door de Minister van Oorlog aan de Gemeente Amsterdam overgedragen. Amsterdam ging met grote voortvarendheid de accommodatie voor het luchtverkeer verbeteren, zodat deze rond 1930 eveneens op behoorlijk niveau kwam.

Intussen bleek Waalhaven, al werkend, enkele nadelen te hebben, o.a.:

  1. het was ingeklemd tussen spoorwegen en de zeehaven en kon niet worden uitgebreid;
  2. van de zeehaven mochten i.v.m. de vliegtuigen geen schepen met hoge masten gebruik maken;
  3. het zakenleven was meer geconcentreerd op de noordelijke rivieroever;
  4. de verbinding tussen Waalhaven en het Centrum van Rotterdam was uitermate slecht en vergde veel tijd.

Op 22 januari 1925 was reeds de Rotterdamsche Luchtvaartclub opgericht met als doel de verbindingen met het vliegveld te verbeteren!

In 1930 nam de Gemeente Rotterdam contact op met de Gemeente 's-Gravenhage met als doel de gezamenlijke exploitatie van een nieuw aan te leggen vliegveld bij Delft. Het resultaat was, dat de Gemeente 's-Gravenhage betrokken werd bij de exploitatie van Waalhaven en de mogelijkheden van een gezamenlijk vliegveld bij Delft, bij de boerderij Ypenburg, zouden worden bestudeerd. Op Waalhaven draaide inmiddels alles gewoon door. De speeltuin voor kinderen werd uitgebreid en middels demonstraties met het rhönrad, windhondenrennen en atletiekwedstrijden werd het betalend bezoek gestimuleerd.

De K.L.M, trok de lijn naar Haamstede door tot Vlissingen en de Rotterdamsche Aero Club organiseerde samen met de Koninklijke Nederlandsche Vereeniging voor Luchtvaart een twee-daagse Nederlandse Rondvlucht, waarin vanzelfsprekend Waalhaven het begin- en eindpunt was.

De Zappelin

Het bezoek aan Waalhaven op 18 juni 1932 van het Zeppelin luchtschip LZ-127 'Graf Zeppelin', een 237 m lange mastodont met een gasinhoud van 105.000 m*, vormde natuurlijk een hoogtepunt voor bezoekers en insiders. Het kon 50-130 passagiers vervoeren en hetmaaktevan 1928 tot 1939 590 vaarten, waaronder 144 Oceaanvaarten.

 Over de oostelijke zijde van osn vliegveld nadert eht luchtschip langzaam met zacht brommende motoren

In 1933, op 7 november, diende de aanlegsteiger voor het meren van het drijvervliegtuig van de Amerikaanse kolonel-vlieger Charles A. Lindbergh en zijn vrouw. Zij voerden een studiereis uit voor het toekomstig Oceaanverkeer rond de Atlantische Oceaan en waren de gast van de Rotterdamsche Aero Club.

Het vliegveld kreeg dat jaar een verkeerstoren, die op het vrachtgebouw werd geplaatst, en een nieuwe grensverlichting (langs de w. en o. grens gele lichten en langs de n. en z. grens rode lichten).

De K.L.M.-dienst naar Vlissingen werd doorgetrokken tot Knocke/Le Zoute en boekte dat jaar 4700 passagiers en 15.000 kg vracht. Het belangrijkste was evenwel, dat Waalhaven in dat jaar voor het eerst meer dan 5000 vliegtuigbewegingen telde, 4259 landingen of starts van verkeersvliegtuigen (waaronder 3041 van de K.L.M.), 951 van militaire vliegtuigen en 521 van sport- of zakenvliegtuigen.

In 1934 opende de K.L.M, diensten van Rotterdam naar Twente, Eindhoven en Groningen. De Technische Dienst van de K.L.M. moest echter wegens ruimtegebrek en vlootuitbreiding worden verplaatst naar Schiphol.

De uiver wordt uit de SS Statendam gehesenPer schip vanuit Amerika arriveerde dat jaar op Waalhaven de eerste Douglas DC-2 van de K.L.M., die tevens een primeur voor Europa was. Hij werd op Waalhaven ontdaan van een dikke laag vet, gemonteerd en ingevlogen door K.L.M.-gezagvoerder K.D. Parmentier. Als PH-AJU 'Uiver' vloog hij mee in de Londen-Melbourne Races; Parmentier won met de 'Uiver' de eerste prijs van de Handicap sectie, voorts arriveerde hij als tweede (vóór speciaal gebouwde race-vliegtuigen) te Melbourne.

De K.L.M. verbouwde op Waalhaven de Fokker F.XVIII PHAIS 'Snip', een zustervliegtuigvan de 'Pelikaan', die dat jaar met als gezagvoerder J.J. Hondong de eerste K.L.M.-vlucht over de Atlantische Oceaan naar Paramaribo en Curacao zou volbrengen.

Voor Waalhaven was 1934 ook een druk jaar, er waren 8953 vliegtuigbewegingen, 22.280 passagiers (waarvan 1500 transito), 161 ton vracht (8 ton transito) en 12 ton post (3 ton transito).

Koolhoven Vliegtuigen

Eveneens voor Frits Koolhoven. Hij breidde de fabriek uit en stichtte daarvoor een N.V., de N.V. Koolhoven Vliegtuigen. In 1935 begon hij aan de bouw van de F.K.51, een twee-persoons lesvliegtuig, waarvan er in totaal 170 werden gebouwd voor de Nederlandse- en de Nederlands-Indische militaire luchtvaart en voor Spanje, dat in een burgeroorlog was verwikkeld.

Koolhoven Vliegtuigen

Op Waalhaven kwam een apart gebouw voor luchtreizigers (informatie, reserveringen en douane) met een eenvoudig restaurant met terras. Voorts kreeg het vliegveld een radiobaken. Hoewel de Technische Dienst van de K.L.M, naar Schiphol was verhuisd, bracht de montage van de nieuwe Douglas DC-2 vliegtuigen, die per schip werden aangevoerd te Cherbourg en op Waalhaven, veel drukte met zich mee.

Ypenburg

In 1935 werd op particulier initiatief begonnen met de aanleg van het Vliegveld Ypenburg. Een aantal Hagenaars wilde niet langer wachten op de Gemeentelijke plannen. In 1936 werd het terrein geopend, echter alleen voor sport- en zakenvliegtuigen. De Gemeente Rotterdam maakte in 1936 bekend een eigen vliegveld aan te leggen bij Overschie en de Minister van Defensie verzocht Waalhaven in dat geval te verkopen aan de Staat der Nederlanden ten behoeve van de militaire luchtvaart.

kaartjeIn 1937 openden de K.L.M, en de Tsjechische C.L.S. ieder een dagelijkse dienst Amsterdam-Rotterdam-Praag-Wenen-Boedapest en heropende de K.L.M, de dienst Rotterdam-Berlijn. Gedurende de zomermaanden had Waalhaven dagelijks 20 internationale- en 5 binnenlandse lijndiensten. In verband met de verbeterde radio-faciliteiten was de vuurtoren overbodig geworden en werd dit obstakel afgebroken.

In 1938 opende de K.L.M, een dagelijkse dienst Amsterdam-Rotterdam-Frankfurt-Milaan-Rome.

Op Waalhaven werd het opstelplatform weer uitgebreid, evenals het passagiersgebouw en het vrachtgebouw. In 1938, het laatste voor-oorlogse jaar waren er op Waalhaven 8873 vliegtuigbewegingen, 27.377 passagiers (10.550 transito), 170 ton vracht en 113 ton post. De transito-reizigers waren voornamelijk vluchtelingen uit Tsjecho-Slowakije, die doorvlogen naar Londen.

De Tweede Kamer der Staten-Generaal verwierp dat jaar een voorstel van de Regering, ondersteund door de K.L.M., tot het inrichten van een Centraal Vliegveld bij Leiderdorp, dat Schiphol en Waalhaven zou vervangen en dat, volgens de Directeur van de K.L.M., de heer A. Plesman, de gehele Randstad zou bedienen. De Gemeente Rotterdam was het daar niet mee eens en kwam met een nieuw plan voor Zestienhoven, een terrein van 236 ha, vier startbanen omvattend en waarvan de kosten werden geraamd op f4.950.000,-. Daarop kon in mindering worden gebracht f 1.100.000,- dat de Staat der Nederlanden bereid was te betalen voor Waalhaven.

Naderende Wereldoorlog

De K.L.M, heropende in 1939 de lijn naar Bazel en Zurich, maar de komende Tweede Wereldoorlog wierp reeds zijn schaduw vooruit. Op 23 augustus 1939 vertrok het laatste lijnvliegtuig van Waalhaven. Van de K.L.M, bleven op Waalhaven gevestigd de Fototechnische Dienst en enkele technici voor het onderhoud van de vliegtuigen. Voorts was er de N.V. Koolhoven Vliegtuigen, die o.a. series F.K.58 jagers en F.K.59 torpedo-bommenwerpers bouwde. Ten slotte werden op Waalhaven enkele afdelingen van de Luchtvaartafdeling gestationeerd.

Het einde van Vliegveld Waalhaven

Op 10 mei 1940 gingen bij het bombardement practisch alle gebouwen inclusief de Koolhoven-fabriek in vlammen op. Het vliegveld is na de oorlog niet meer gebruikt. Het terrein is volgebouwd met industrieën en woonhuizen.

eind

grote loods

Bron: F. Zandvliet en Frans Gordijn

GC3AB0Z - VOC Scheepswerf & Zeemagazijn

Gepost in Rotterdam Toen.

De VOC en haar werf in Delfshaven

Verenigde Oostindische Compagnie (VOC)

Aan het eind van de 16e eeuw kwamen handelsexpedities naar de andere kant van de wereld op gang. Ze werden door 'voorcompagnieën' uitgevoerd onder de vlag van verschillende steden. Als snel bleek dat de onderlinge concurrentie tussen compagnieën en kooplieden niet handig was in de handel met Azië. Verschillende steden gingen daarom samenwerken en in 1602 werd de Verenigde Oostindische Compagnie (VOC) opgericht. De organisatie kreeg het alleenrecht op de handelsactiviteiten met de Indonesische archipel en omgeving. In 1623 ontstond de Westindische Compagnie (WIC) die het monopolie bezat op de vaart en handel op een deel van Afrika en Amerika. Piet Heyn, geboren in Delfshaven, was in dienst van de WIC; hij werd een 'nationale held' als veroveraar van de Spaanse Zilvervloot in 1628.

GC2Z1CB - Huis ten Berghe

Gepost in Rotterdam Toen.

Wapen HilligersbergDe naam "Huis ten Berghe" betekent Huis op de heuvel. Deze heuvel of donk is een zandduin uit de ijstijd. Over de oorsprong van de donk bestaat een legende. Er was eens een vrouwelijke reus, genaamd Hillegonda. Zij zou het zand uit haar schort hebben verloren, waardoor de berg is ontstaan.

ker en toren boerderij
Kerk en toren - 1678 Boerderij met kerk in de achtergrond

Het kasteel

Het kasteel werd gebouwd in de eerste helft van de 13e eeuw. Het kasteel werd voor het eerst genoemd in een document van graaf Floris V in 1269. In dit document krijgt de heer Vranke Stoep van Hildegerdberg toestemming om zijn bezit aan zijn dochters en hun erfgenamen toe te later komen. Later kwam het in het bezit van de familie Van Mathenesse. In 1426 werd het kasteel verbrand en vernietigd door de troepen van Jacoba van Beieren.

Het kasteel bestond uit een woontoren van 10 bij 10 meter op een zes meter hoge heuvel van zand en werd omringd door een gracht. De muren zijn 1,35 meter dik. De huidige ingang is gemaakt in de 19e eeuw, toen gewelven werden gebouwd in de ruïne.

Toren

GC39R3W - Stadspoorten

Gepost in Rotterdam Toen.


Rotterdam Toen
Rotterdam telde ooit tien stadspoorten. De meeste stadspoorten zijn in de 19e eeuw afgebroken toen de stadspoorten hun militaire functie hadden verloren. De laatste stadspoort is de Delftsche Poort, die bij het bombardement op Rotterdam van 14 mei 1940 verloren is gegaan.

Op de volgende kaart uit 1815 kunnen we uiteindelijk de locatie van de 10 Stadspoorten ontdekken, sommige poorten waren in 1815 al een aantal keren herbouwd.

poortenkaart1815

GC3AA7D - Landhuis D'Oliphant

Gepost in Rotterdam Toen.

Rotterdam Toen - Landhuis D'Oliphant

gevelsteenLandhuis De Oliphant is een gebouw met een rijke historie. In 1591 gaf Cornelis van Coolwijk opdracht voor de bouw van een 'boerenbehuizinge' in de nieuw bedijkte polder bij de Nieuwe Sluis op het eiland Voorne. Het pas op het water veroverde land dat hij zojuist had gekocht, wilde hij als landbouwgrond gaan exploiteren. Hij liet het land bewerken door een boer, aan wie hij zijn landgoed verpachtte. Van Coolwijk woonde in Delft 'In de Gulden Olyphant'. Hij zou actief geweest zijn in de lucratieve ivoorhandel en als rentmeester had hij belangen op Voorne.

Zijn nieuwe boerderij moest met het achtkantige torentje op een kasteeltje lijken en zo zijn invloed en aanzien nadrukkelijk zichtbaar maken. De bouwtrant van een ridderhofstede suggereerde eveneens dat de bezitter afstamde van een oud en edel geslacht. Ook aan de nieuwe lege polder verleende het middeleeuws aandoende bouwwerk een quasi 'historisch' tintje. De pretenties van de bouwheer werden bovendien uitgedrukt in de gevelsteen in de vorm van een gotische spitsboog boven de toreningang, waarop een olifant met een burcht op de rug is afgebeeld.

Deze afbeelding komt in de Nederlandse heraldiek niet voor. De gouden wapens met een lange zwarte punt in het midden, die in de twee hoeken van de gevelsteen staan, kunnen evenmin aan Van Coolwijk worden toegeschreven.

De symbolische betekenis van deze voorstelling lijkt echter duidelijk: de winst die Van Coolwijk op het ivoor maakte, vormde immers de drager van zijn beleggingen in onroerend goed. De olifant werd bovendien geassocieerd met triomf en faam, begrippen waaraan ook de trompetvorm van de slurf doet denken. De herkomst van de naam 'De Oliphant' is hiermee eveneens verklaard.
oliphant teonNa van Coolwijk heeft de statige boerderij vele vooraanstaande eigenaren gekend, onder wie de Heren van Heenvliet en Oudenhoorn en opvallend veel vrouwen, die het goed erfden. Ook de pachtboeren ontleenden de nodige status aan de allure van hun boerderij. Hoewel er zomers op De Oliphant altijd wel een 'herenkamer' als logeerruimte voor de pachtboer en zijn gezin beschikbaar zal zijn geweest, liet in 1772 de toenmalige eigenaar de boerderij verbouwen en uitbreiden tot een buitenplaats, een zomerverblijf dus voor zijn eigen familie. In de 19e eeuw fungeerde De Oliphant een tijdje als permanente ambtswoning van de amdachtsheer en burgemeester van Zwartewaal. Daarna kwam De Oliphant in eigendom van een melkfabriek en werd als zodanig ook gebruikt.

Verschillende keren werd het voortbestaan van het historische monument bedreigd; door de aanleg van het Voornse kanaal in 1827, tijdens de Tweede Wereldoorlog, door de Watersnood van 1953 en later door de industrialisatie op Rozenburg. Sloop werd meermaals overwogen, doch liefhebbers van historisch erfgoed wisten dit telkens te voorkomen. In handen van notaris Korteweg onderging het landhuis in 1929 een grondige restauratie. En in 1975 werd het monument opnieuw gered door het in zijn geheel te verplaatsen naar Charlois op IJsselmonde. Op de huidige standplaats aan de Kromme Zandweg was toen net een historische boerderij afgebrand. De Oliphant is zodoende een van de weinige nog bestaande kasteelachtige hofsteden uit de 16e eeuw. De Oliphant doet nu dienst als trouw- en partylocatie. (Bron Willy Spaan)
oliphant tuin

GC2DHFQ - Stadsmuur

Gepost in Rotterdam Toen.

Rotterdam Toen - Stadsmuur en oudste haven

Rotterdam-toen-mar-ine



Vermoedelijk in de 8ste eeuw en zeker in de 9e vestigde zich de eerste mensen langs de rivier de Rotte. Tussen het huidige Hofplein en de Maas lag ooit de nederzetting Rotta, maar deze werd later weer overstroomd.

Rond het jaar 1270 werd de eerste dam (Hoogstraat) gebouwd en gingen de mensen op en rond de dam wonen, dit is het begin van het ontstaan van Rotterdam.
Probably in the 8th century and certainly in the 9th the first people settled along the river Rotte. Between the current Hofplein and the Maas was once the settlement Rotta, but this was later flooded.

Around the year 1270 the first dam (Hoogstraat) was built and people were living on and around the dam, this was the creation of Rotterdam.


Rotterdam Toen-Nu

GC33AYY - Kerktoren Pernis

Gepost in Rotterdam Toen.

Kerktoren Pernis

De Kerktoren van de Nederlands Hervormde kerk in Pernis is gebouwd in de 2e helft van de 15e eeuw. Hiermee behoort de kerk in Pernis tot één van de oudste gebouwen in Rotterdam. De kerktoren is zelfs ouder dan de toren van de Laurenskerk.

Middeleeuwse kerk

GC2PZ1E - Keezending

Gepost in Rotterdam Toen.

Rotterdam Toen - Keezending

Rotterdam-toen-mar-ine



Wat vele nog niet weten is, dat het ultramoderne station Blijdorp is verrezen op een historische plek. In 1787 stond op deze plaats een poldergemaal met een stoommachine naar het ontwerp van James Watt. Dat was toen een wereldprimeur!

Op 8 september 1787 werd het gemaal, dat de polder Blijdorp droog moest houden, voor het eerst onder stoom gebracht. Rond 1800 is het gemaal dat ook bekend staat als Keezending, afgebroken.
What many do not know is that the ultra-modern  Blijdorp station is built on a historic site. On this spot stood in 1787 a polder pumping station with a steam engine after the design of James Watt. This was the first on European mainland

On September 8, 1787, they steamed up the pumping station for the first time in order to keep the Blijdorp polder dry. Around 1800, the pumping station, also known as Keezending, demolished.


moeras

Het perronniveau van het station bevindt zich op de bovenkant van de Pleistocene ondergrond van Rotterdam, op ca 20 meter onder de grond. Na de laatste IJstijd, circa 10.000 jaar geleden, werd het klimaat warmer werd en begon de zeespiegel te stijgen. We spreken vanaf die tijd van het Holoceen.

Het oude landschap verdronk en op de zandondergrond werden in het Holoceen door rivieren en de zee dikke pakketten klei en zand afgezet. De laatste paar duizend jaar, tot aan de middeleeuwse ontginningen, circa 1000 AD, vond er op deze plaats vooral veenvorming plaats in moerassen. Door de ontginning en ontwatering van het veengebied zakte het landschap uiteindelijk in tot beneden de zeespiegel en moesten er dijken worden aangelegd om droge voeten te houden. Zo ontstond de polder Blijdorp.
The platform level of the station is on the top of the Pleistocene subsoil of Rotterdam, at approximately 20 meters below ground. After the last Ice Age about 10,000 years ago, the climate warmed and sea levels began to rise. From that time we speak of the Holocene time.


The ancient landscape and drowned on the sand surface were thick packages of clay and sand deposited by the sea and rivers. In the last few thousand years, to the medieval reclamations, around 1000 AD, took place at this particular place in the formation of peat swamps. By farming and dewatering the peat landscape eventually dropped to below sea level and dikes had to be built  to keep feet dry. Thus the polder Blijdorp was born.


Keezending Location
Lokatie Keezending op een kaart uit 1909 / Location Keezending on the map of 1909

Rotterdam Toen

Gepost in Rotterdam Toen.

Rotterdam Toen

Een reeks caches over het verleden van Rotterdam. We gaan terug naar het onstaan van de stad Rotterdam tot de recente geschiedenis.

Rotterdam-toen-mar-ine
Tot nu toe zijn de volgend caches onderdeel van "Rotterdam Toen"

EarthCache -- Rotterdam Toen - Keezending -- GC2PZ1E
EarthCache -- Rotterdam Toen - Stadsmuur X GC2DHFQ
Traditional -- Rotterdam Toen - Landhuis D'Oliphant -- GC3AA7D
Multi Cache -- Rotterdam Toen - Huis ten Berghe -- GC2Z1CB
Traditional -- Rotterdam Toen - Kerktoren Pernis -- GC33AYY

Mystery

Rotterdam Toen - VOC werf en Zeemagazijn

GC3AB0Z

Traditional -- Rotterdam Toen - Toren Stadsmuur -- GC42X5P

Mystery

Rotterdam Toen - Stadspoorten

GC39R3W

Mystery

Rotterdam Toen - Vliegveld Waalhaven

GC37E6C

In het nieuws:

Nieuwsbrief BOOR "Zoeken en vinden met archeologie" 2012